HO
- Startpagina HO
- Algemene info HO
- Graduaatsopleidingen
- HBO5 Verpleegkunde
- Professionele bachelor
- Academische bachelor
- Ba-na-Ba
- Master
- Ma-na-Ma
- Postgraduaat
- Schakelprogramma's
- Studierendement
- Zoeken via alfabet
- Zoeken via belangstelling
- Zoeken via studiegebied
- Zoeken via schoolvakken
- Zoeken via instelling
- Zoeken via campussen
- Zoeken via provincie
- Zoeken via trefwoorden
- Zoeken via onderwijstaal
- Keuzetrajecten HO
- Flexibel studeren
- Functiebeperking en HO
- Recht op vrijstellingen?
- Zelftests
- Keuzerooster
- Buiten Vlaanderen
- International students
- Instellingen HO
- Bacheloropleidingen
- Leerkrediet
- Studentenhuizen
- SID-in's
- Studievoortgang
- Stoppen in HO
- Veranderen in HO
- Rapport schoolverlaters VDAB
- Deeltijds Kunstonderwijs
- Linken
- Downloads
- Moeilijke woorden

Luchtvaart : Aspirant-lijnpiloot - Professionele bachelor
Het studieprogramma omvat naast een gemeenschappelijk technisch-wetenschappelijk basispakket, een gespecialiseerde luchtvaartgerichte technische vorming.
De opleiding is praktijkgericht (40% laboratoriumoefeningen) en verloopt in nauwe samenwerking met de Vlaamse luchtvaartbedrijven.
Je maakt de keuze tussen de twee afstudeerrichtingen na het derde semester.
De opleidingsonderdelen van het 1ste jaar, die onder verschillende onderwijsvormen (hoorcolleges, laboratoriumoefeningen, project- en groepswerk) worden aangeboden, zijn naast de luchtvaarttechnologie: toegepaste wiskunde en fysica, elektriciteit, elektronica, mechanica, computertekenen, aerodynamica en Engels.
In het 2de jaar blijven deze opleidingsonderdelen behouden, maar nu zeer specifiek toegepast op de luchtvaarttechnologie.
Vanaf het 4de semester verschilt de curriculumopbouw naargelang de afstudeerrichting die de student kiest.
De afstudeerrichting Aspirant-lijnpiloot verloopt in nauwe samenwerking met Vlaamse FTO's (Flight Training Organisations).
Binnen deze afstudeerrichting krijgen de studenten een theoretische pilotenopleiding met daarbij een beperkt aantal uren (32) vliegpraktijk.
Hier komen vakken als (radio)navigatie en communicatie, vluchtplanning, meteorologie, toegepaste aerodynamica, avionicasystemen, luchtvaartprocedures en -wetgeving aan bod.
Voor de afstudeerrichting aspirant-lijnpiloot werkt de hogeschool samen met de Ben Air Flight Academy.
De opleiding is een combinatie van de standaardopleiding tot lijnpiloot en de bachelor in luchtvaart.
In dit geval bevatten het 4de, 5de en 6de semester van je opleiding het theoretisch gedeelte van de pilotenopleiding. In het 5de semester zijn 16 vlieguren met instructeur voorzien.
Er wordt verwacht dat je, bijvoorbeeld gedurende de vakantieperiode voorafgaand aan het 3de jaar, maar alleszins vòòr de aanvang van het 6de semester, reeds 16 uren met een FTO-instructeur hebt gevlogen.
Na het behalen van je diploma bachelor in de luchtvaart met afstudeerrichting aspirant-lijnpiloot, kan je aansluitend je vliegvergunning behalen door de resterende praktijkopleiding binnen de 21 maanden te volgen (ongeveer 165 vlieguren).
De kostprijs van de totale pilootopleiding (drie jaar VIVES en een jaar BAFA) is opgedeeld in drie delen:
- studiekost als student hoger onderwijs (inschrijvingsgeld + boeken...).
- specifieke kosten tijdens de VIVES opleiding (semesters 4/5/6) voor lijnpiloten (rond 4000 euro/semester).
Dit is theorie plus vlieguren tot minstens PPL solo niveau. - afsluitende kosten na de bacheloropleiding voor de resterende vlieguren bij BAFA (minimaal 65000 euro).
Prijzen wijzigen in functie van de index, fuelkost en andere invloeden
Voor wie?
Een specifieke vooropleiding in het secundair is niet nodig.
Doorslaggevende kwaliteiten zijn: werklust en een grondige interesse in het luchtvaartgebeuren.
Aanvullende info:
Studiepunten
180

Luchtvaart : Aspirant-lijnpiloot - Professionele bachelor |
|
- Beschrijving
- Toelating
- Situering
- Andere
afst.richt. - Wat na?
- Instellingen
- Beroepen
- VDAB
- Studie-
rendement
Algemene info
Het studieprogramma omvat naast een gemeenschappelijk technisch-wetenschappelijk basispakket, een gespecialiseerde luchtvaartgerichte technische vorming.
De opleiding is praktijkgericht (40% laboratoriumoefeningen) en verloopt in nauwe samenwerking met de Vlaamse luchtvaartbedrijven.
Je maakt de keuze tussen de twee afstudeerrichtingen na het derde semester.
De opleidingsonderdelen van het 1ste jaar, die onder verschillende onderwijsvormen (hoorcolleges, laboratoriumoefeningen, project- en groepswerk) worden aangeboden, zijn naast de luchtvaarttechnologie: toegepaste wiskunde en fysica, elektriciteit, elektronica, mechanica, computertekenen, aerodynamica en Engels.
In het 2de jaar blijven deze opleidingsonderdelen behouden, maar nu zeer specifiek toegepast op de luchtvaarttechnologie.
Vanaf het 4de semester verschilt de curriculumopbouw naargelang de afstudeerrichting die de student kiest.
De afstudeerrichting Aspirant-lijnpiloot verloopt in nauwe samenwerking met Vlaamse FTO's (Flight Training Organisations).
Binnen deze afstudeerrichting krijgen de studenten een theoretische pilotenopleiding met daarbij een beperkt aantal uren (32) vliegpraktijk.
Hier komen vakken als (radio)navigatie en communicatie, vluchtplanning, meteorologie, toegepaste aerodynamica, avionicasystemen, luchtvaartprocedures en -wetgeving aan bod.
Voor de afstudeerrichting aspirant-lijnpiloot werkt de hogeschool samen met de Ben Air Flight Academy.
De opleiding is een combinatie van de standaardopleiding tot lijnpiloot en de bachelor in luchtvaart.
In dit geval bevatten het 4de, 5de en 6de semester van je opleiding het theoretisch gedeelte van de pilotenopleiding. In het 5de semester zijn 16 vlieguren met instructeur voorzien.
Er wordt verwacht dat je, bijvoorbeeld gedurende de vakantieperiode voorafgaand aan het 3de jaar, maar alleszins vòòr de aanvang van het 6de semester, reeds 16 uren met een FTO-instructeur hebt gevlogen.
Na het behalen van je diploma bachelor in de luchtvaart met afstudeerrichting aspirant-lijnpiloot, kan je aansluitend je vliegvergunning behalen door de resterende praktijkopleiding binnen de 21 maanden te volgen (ongeveer 165 vlieguren).
De kostprijs van de totale pilootopleiding (drie jaar VIVES en een jaar BAFA) is opgedeeld in drie delen:
- studiekost als student hoger onderwijs (inschrijvingsgeld + boeken...).
- specifieke kosten tijdens de VIVES opleiding (semesters 4/5/6) voor lijnpiloten (rond 4000 euro/semester).
Dit is theorie plus vlieguren tot minstens PPL solo niveau. - afsluitende kosten na de bacheloropleiding voor de resterende vlieguren bij BAFA (minimaal 65000 euro).
Prijzen wijzigen in functie van de index, fuelkost en andere invloeden
Voor wie?
Een specifieke vooropleiding in het secundair is niet nodig.
Doorslaggevende kwaliteiten zijn: werklust en een grondige interesse in het luchtvaartgebeuren.
Studiepunten
180
Instellingen die de opleiding organiseren zonder keuzetraject(en):
Bijzondere toelatingsvoorwaarden
Om te worden toegelaten tot de afstudeerrichting Aspirant-lijnpiloot van de opleiding Bachelor in de luchtvaart, moet je beschikken over een geldig geneeskundig attest JAR-FCL 3 (Ministrieel besluit 21-06-2002 tot vaststelling van de voorwaarden inzake lichamlijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen).
Medex, het ExpertiseCentrum voor LuchtvaartGeneeskunde (ECLG), fungeert als centraal medisch centrum in België voor de geschiktheidsattesten van piloten in de burgerluchtvaart.
De erkenning van een vliegvergunning en de rechtsgeldigheid ervan is gebonden aan de erkenning van zeer strikte medische criteria, zoals beschreven in de Europese EASA-wetgeving en gecontroleerd door Medex.
Vooraleer studenten worden toegelaten tot het volgen van de afstudeerrichting Aspirant-lijnpiloot bezorgen zij een kopie van het geneeskundig attest aan het studentensecretariaat.
Het geneeskundig onderzoek voor tot het verkrijgen (en het hernieuwen) van een CPL-ATPL-IR vergunning moet worden aangevraagd bij:
Expertisecentrum voor Luchtvaartgeneeskunde
Simon Bolivarlaan, 30 (bus 3), 1000 Brussel
tel: 02 524 97 97, e-mail: medex@health.fgov.be
TOELATINGSVOORWAARDEN
Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:
- een diploma van secundair onderwijs;
- een diploma van vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
- een diploma of certificaat, uitgereikt in het kader van het hoger beroepsonderwijs (HBO5 Verpleegkunde en Graduaatsopleidingen);
- een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
- een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.
Uitzondering:
- Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
- Er is een verplichte niet bindende instaptoets voor de lerarenopleidingen.
Afwijkende toelatingsvoorwaarden
De hogescholen hebben verplicht een reglement voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen. Dit reglement kan je bij elke instelling opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een proef of een gesprek of ...).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!
Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten
De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.
Situering
Opleiding: Luchtvaart
Afstudeerrichting: Aspirant-lijnpiloot
Studieniveau: Professionele bachelor - HO
Studiegebied: Industriële wetenschappen en Technologie
Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,
Schoolvakken SO: Vliegtuigtechnieken,
Andere Afstudeerrichtingen
De andere afstudeerrichting van Luchtvaart is:
Luchtvaart :
Luchtvaarttechnologie (Professionele bachelor - HO)
Vervolgopleidingen
Na een professioneel gerichte bacheloropleiding kan je binnen het hoger onderwijs verder studeren in:
een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)
Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten.
Er zijn geen Ba-na-Ba's binnen dit studiegebied. Er zijn waarschijnlijk andere Ba-na-Ba's waarin je mag starten. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per Ba-na-Ba.
een verkorte bachelor
Wanneer je al een bachelor of master hebt behaald en bijkomend een andere bachelor wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor leidt naar een volwaardig bachelordiploma.
een postgraduaat
Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten. Je kan deze opleiding volgen na een bachelor- of masteropleiding. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten.
De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.
een schakelprogramma
Dit is een overgangsprogramma tussen een professionele bachelor en een master, met een studieomvang van ten
hoogste 90 studiepunten. De juiste omvang hangt af van de vooropleiding die je volgde en de gekozen master.
Bedoeling is: academische vaardigheden en wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis bijbrengen. Een
schakelprogramma levert geen academische graad of diploma op, je hoeft dus ook geen leerkrediet in te
zetten.
Een schakelprogramma geeft
toegang tot één welbepaalde master in een welbepaalde instellng.
Dit zijn de mogelijkheden na deze studierichting:
Schakelprogramma's specifiek na Luchtvaart : Aspirant-lijnpiloot
Schakelprogramma's mits toelating toegankelijk na elke professionele bachelor
een lerarenopleiding
Na een professionele bachelor kan je via een verkorte educatieve bacheloropleiding leraar worden. Deze opleiding neemt 60 studiepunten in beslag en wordt georganiseerd door een hogeschool. Meer info.
na- of bijscholingen
Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.
Beroepsuitwegen
Bachelors in de Luchtvaart nemen zowel organisatorische als technische functies waar.
Zij kunnen instaan voor het beheer, de operaties, de productie, de toelevering en het specifiek onderhoud van vliegtuigen.
De meeste afgestudeerden komen terecht in de luchtvaartsector.
Omwille van hun brede technische basisopleiding bieden ook de mechanische, elektrische en elektronische nijverheid beroepsuitwegen.
Wie na het behalen van het diploma bachelor in de Luchtvaart - Aspirant-lijnpiloot de resterende praktijkopleiding (ongeveer 165 vlieguren) binnen de 21 maanden na afstuderen met succes volgt en slaagt voor het officieel examen georganiseerd door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, behaalt zijn vliegvergunning.
Kostprijs van deze vervolgopleiding: ruim 50.000 euro.
Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer.
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn.
Klik op een beroep voor meer informatie.
Studierendement
Studierichting 3e graad SO | Aantal studenten | Participatie- graad |
Gemiddeld SR |
SR 0% |
SR 1-24% |
SR 25-49% |
SR 50-84% |
SR 85-100% |
SR nvt |
Elektromechanica (TSO) | 35 | 0,72% | 85,35% | 3 | 9 | 22 | 1 | ||
Wetenschappen-wiskunde (ASO) | 30 | 0,08% | 91,57% | 1 | 7 | 22 |
Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.
Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het
studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het
hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van
het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten
(waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%,
50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student
zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% =
de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten
waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze
secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.
Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:
- ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
- VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
- met een DIPLOMACONTRACT,
- aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.
Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich
inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire
studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.
Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire
studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer
tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.
bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming
Gegevens bijgewerkt tot 14-02-2020 |

Luchtvaart : Aspirant-lijnpiloot - Professionele bachelor |
|
- Beschrijving
- Toelating
- Situering
- Andere
afst.richt. - Wat na?
- Instellingen
- Beroepen
- VDAB
- Studie-
rendement
Algemene info
Het studieprogramma omvat naast een gemeenschappelijk technisch-wetenschappelijk basispakket, een gespecialiseerde luchtvaartgerichte technische vorming.
De opleiding is praktijkgericht (40% laboratoriumoefeningen) en verloopt in nauwe samenwerking met de Vlaamse luchtvaartbedrijven.
Je maakt de keuze tussen de twee afstudeerrichtingen na het derde semester.
De opleidingsonderdelen van het 1ste jaar, die onder verschillende onderwijsvormen (hoorcolleges, laboratoriumoefeningen, project- en groepswerk) worden aangeboden, zijn naast de luchtvaarttechnologie: toegepaste wiskunde en fysica, elektriciteit, elektronica, mechanica, computertekenen, aerodynamica en Engels.
In het 2de jaar blijven deze opleidingsonderdelen behouden, maar nu zeer specifiek toegepast op de luchtvaarttechnologie.
Vanaf het 4de semester verschilt de curriculumopbouw naargelang de afstudeerrichting die de student kiest.
De afstudeerrichting Aspirant-lijnpiloot verloopt in nauwe samenwerking met Vlaamse FTO's (Flight Training Organisations).
Binnen deze afstudeerrichting krijgen de studenten een theoretische pilotenopleiding met daarbij een beperkt aantal uren (32) vliegpraktijk.
Hier komen vakken als (radio)navigatie en communicatie, vluchtplanning, meteorologie, toegepaste aerodynamica, avionicasystemen, luchtvaartprocedures en -wetgeving aan bod.
Voor de afstudeerrichting aspirant-lijnpiloot werkt de hogeschool samen met de Ben Air Flight Academy.
De opleiding is een combinatie van de standaardopleiding tot lijnpiloot en de bachelor in luchtvaart.
In dit geval bevatten het 4de, 5de en 6de semester van je opleiding het theoretisch gedeelte van de pilotenopleiding. In het 5de semester zijn 16 vlieguren met instructeur voorzien.
Er wordt verwacht dat je, bijvoorbeeld gedurende de vakantieperiode voorafgaand aan het 3de jaar, maar alleszins vòòr de aanvang van het 6de semester, reeds 16 uren met een FTO-instructeur hebt gevlogen.
Na het behalen van je diploma bachelor in de luchtvaart met afstudeerrichting aspirant-lijnpiloot, kan je aansluitend je vliegvergunning behalen door de resterende praktijkopleiding binnen de 21 maanden te volgen (ongeveer 165 vlieguren).
De kostprijs van de totale pilootopleiding (drie jaar VIVES en een jaar BAFA) is opgedeeld in drie delen:
- studiekost als student hoger onderwijs (inschrijvingsgeld + boeken...).
- specifieke kosten tijdens de VIVES opleiding (semesters 4/5/6) voor lijnpiloten (rond 4000 euro/semester).
Dit is theorie plus vlieguren tot minstens PPL solo niveau. - afsluitende kosten na de bacheloropleiding voor de resterende vlieguren bij BAFA (minimaal 65000 euro).
Prijzen wijzigen in functie van de index, fuelkost en andere invloeden
Voor wie?
Een specifieke vooropleiding in het secundair is niet nodig.
Doorslaggevende kwaliteiten zijn: werklust en een grondige interesse in het luchtvaartgebeuren.
Studiepunten
180
Instellingen die de opleiding organiseren zonder keuzetraject(en):
Bijzondere toelatingsvoorwaarden
Om te worden toegelaten tot de afstudeerrichting Aspirant-lijnpiloot van de opleiding Bachelor in de luchtvaart, moet je beschikken over een geldig geneeskundig attest JAR-FCL 3 (Ministrieel besluit 21-06-2002 tot vaststelling van de voorwaarden inzake lichamlijke en geestelijke geschiktheid van de leden van het stuurpersoneel van burgerlijke luchtvaartuigen).
Medex, het ExpertiseCentrum voor LuchtvaartGeneeskunde (ECLG), fungeert als centraal medisch centrum in België voor de geschiktheidsattesten van piloten in de burgerluchtvaart.
De erkenning van een vliegvergunning en de rechtsgeldigheid ervan is gebonden aan de erkenning van zeer strikte medische criteria, zoals beschreven in de Europese EASA-wetgeving en gecontroleerd door Medex.
Vooraleer studenten worden toegelaten tot het volgen van de afstudeerrichting Aspirant-lijnpiloot bezorgen zij een kopie van het geneeskundig attest aan het studentensecretariaat.
Het geneeskundig onderzoek voor tot het verkrijgen (en het hernieuwen) van een CPL-ATPL-IR vergunning moet worden aangevraagd bij:
Expertisecentrum voor Luchtvaartgeneeskunde
Simon Bolivarlaan, 30 (bus 3), 1000 Brussel
tel: 02 524 97 97, e-mail: medex@health.fgov.be
TOELATINGSVOORWAARDEN
Je wordt rechtstreeks toegelaten als je in het bezit bent van één van onderstaande diploma's:
- een diploma van secundair onderwijs;
- een diploma van vroegere hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan;
- een diploma of certificaat, uitgereikt in het kader van het hoger beroepsonderwijs (HBO5 Verpleegkunde en Graduaatsopleidingen);
- een diploma van het vroegere hoger onderwijs voor sociale promotie (met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid);
- een buitenlands diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig verklaard is met één van bovenstaande.
Uitzondering:
- Er zijn bekwaamheidsproeven (artistieke toelatingsproeven) om toegelaten te worden tot de opleidingen in de studiegebieden 'Audiovisuele en beeldende kunst' en 'Muziek en podiumkunsten'.
- Er is een verplichte niet bindende instaptoets voor de lerarenopleidingen.
Afwijkende toelatingsvoorwaarden
De hogescholen hebben verplicht een reglement voor kandidaten die niet aan de algemene toelatingsvoorwaarden voldoen. Dit reglement kan je bij elke instelling opvragen.
De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen gebaseerd zijn op:
1. humanitaire redenen;
2. medische, psychische of sociale redenen ;
3. het algemeen niveau van de kandidaat, getoetst op de door het instellingsbestuur bepaalde wijze (bv. een proef of een gesprek of ...).
Weet wel dat dergelijke toelating niet gelijkgesteld is aan het diploma secundair onderwijs!!
Extra taalvoorwaarden voor internationale studenten
De onderwijsinstellingen kunnen het slagen in een examen in de onderwijstaal opleggen als toelatingseis voor houders van een buitenlands diploma.
Situering
Opleiding: Luchtvaart
Afstudeerrichting: Aspirant-lijnpiloot
Studieniveau: Professionele bachelor - HO
Studiegebied: Industriële wetenschappen en Technologie
Belangstellingsdomeinen: Exacte wetenschappen, Techniek, Wiskunde-cijferwerk,
Schoolvakken SO: Vliegtuigtechnieken,
Andere Afstudeerrichtingen
De andere afstudeerrichting van Luchtvaart is:
Luchtvaart :
Luchtvaarttechnologie (Professionele bachelor - HO)
Vervolgopleidingen
Na een professioneel gerichte bacheloropleiding kan je binnen het hoger onderwijs verder studeren in:
een bachelor-na-bacheloropleiding (Ba-na-Ba)
Dit is een verdere specialisatie, aansluitend op je basisopleiding en omvat minstens 60 studiepunten. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten.
Er zijn geen Ba-na-Ba's binnen dit studiegebied. Er zijn waarschijnlijk andere Ba-na-Ba's waarin je mag starten. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per Ba-na-Ba.
een verkorte bachelor
Wanneer je al een bachelor of master hebt behaald en bijkomend een andere bachelor wilt behalen, kan dat soms via een verkort traject. Je behaalt dan het diploma op kortere termijn. De verkorte bachelor leidt naar een volwaardig bachelordiploma.
een postgraduaat
Dit is een opleiding van minstens 20 studiepunten. Je kan deze opleiding volgen na een bachelor- of masteropleiding. Het geeft recht op een getuigschrift. Bedoeling is: verdere professionele vorming, verbreding of verdieping van de reeds verworven competenties. Je hoeft er geen leerkrediet voor in te zetten.
De toelating tot een postgraduaat verschilt per opleiding. Raadpleeg de toelatingsvoorwaarden per opleiding.
een schakelprogramma
Dit is een overgangsprogramma tussen een professionele bachelor en een master, met een studieomvang van ten
hoogste 90 studiepunten. De juiste omvang hangt af van de vooropleiding die je volgde en de gekozen master.
Bedoeling is: academische vaardigheden en wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis bijbrengen. Een
schakelprogramma levert geen academische graad of diploma op, je hoeft dus ook geen leerkrediet in te
zetten.
Een schakelprogramma geeft
toegang tot één welbepaalde master in een welbepaalde instellng.
Dit zijn de mogelijkheden na deze studierichting:
Schakelprogramma's specifiek na Luchtvaart : Aspirant-lijnpiloot
Schakelprogramma's mits toelating toegankelijk na elke professionele bachelor
een lerarenopleiding
Na een professionele bachelor kan je via een verkorte educatieve bacheloropleiding leraar worden. Deze opleiding neemt 60 studiepunten in beslag en wordt georganiseerd door een hogeschool. Meer info.
na- of bijscholingen
Hogescholen en universiteiten hebben doorgaans ook een aanbod van diverse na- of bijscholingen. Informatie hierover vind je niet op Onderwijskiezer, maar bij de onderwijsinstelling.
Beroepsuitwegen
Bachelors in de Luchtvaart nemen zowel organisatorische als technische functies waar.
Zij kunnen instaan voor het beheer, de operaties, de productie, de toelevering en het specifiek onderhoud van vliegtuigen.
De meeste afgestudeerden komen terecht in de luchtvaartsector.
Omwille van hun brede technische basisopleiding bieden ook de mechanische, elektrische en elektronische nijverheid beroepsuitwegen.
Wie na het behalen van het diploma bachelor in de Luchtvaart - Aspirant-lijnpiloot de resterende praktijkopleiding (ongeveer 165 vlieguren) binnen de 21 maanden na afstuderen met succes volgt en slaagt voor het officieel examen georganiseerd door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, behaalt zijn vliegvergunning.
Kostprijs van deze vervolgopleiding: ruim 50.000 euro.
Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer.
Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn.
Klik op een beroep voor meer informatie.
Studierendement
Studierichting 3e graad SO | Aantal studenten | Participatie- graad |
Gemiddeld SR |
SR 0% |
SR 1-24% |
SR 25-49% |
SR 50-84% |
SR 85-100% |
SR nvt |
Elektromechanica (TSO) | 35 | 0,72% | 85,35% | 3 | 9 | 22 | 1 | ||
Wetenschappen-wiskunde (ASO) | 30 | 0,08% | 91,57% | 1 | 7 | 22 |
Per bacheloropleiding die je kan volgen in het hoger onderwijs kan je hier bekijken wat de resultaten zijn van afgestudeerden uit verschillende studierichtingen uit het secundair onderwijs. De resultaten geven weer voor welk deel van de opleiding de studenten slaagden in hun eerste jaar hoger onderwijs. Dit wordt het studierendement genoemd en wordt uitgedrukt als een percentage. De berekeningen gebeurden op basis van de studiekeuzes die leerlingen in Vlaanderen maakten in de voorbije jaren.
Om te weten hoe goed leerlingen het doen in het eerste jaar hoger onderwijs kijkt men naar het
studierendement. Onderstaande tabel geeft het studierendement (SR) in het eerste jaar van het
hoger onderwijs weer van studenten uit een secundaire studierichting. Dit is de verhouding van
het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten
(waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%,
50-84% en 85-100%.
Vb. De tabel geeft ook het gewogen gemiddeld studierendement weer. Daarbij weegt een student
zwaarder door naarmate hij meer studiepunten heeft opgenomen. Vb. Een gemiddeld SR van 68% =
de studenten uit een secundaire studierichting zijn samen geslaagd voor 68% van de studiepunten
waarvoor ze zich hadden ingeschreven. Hoe hoger het gemiddeld SR hoe beter de studenten uit deze
secundaire studierichting het gemiddeld doen in een bepaalde bachelor.
Er wordt alleen rekening gehouden met jongeren die zich:
- ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs,
- VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
- met een DIPLOMACONTRACT,
- aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.
Secundaire studierichting: de studierichting in het Secundair onderwijs waarvoor het diploma behaald werd .
Opleiding Hoger onderwijs: : de professionele of academische bachelor waarin men zich voor het eerst inschrijft na het Secundair onderwijs.
Aantal studenten: het aantal leerlingen uit een secundaire studierichting dat zich
inschreef in een bepaalde bacheloropleiding van het hoger onderwijs.
Participatiegraad: het % studenten t.o.v. van alle afgestudeerden (uit een secundaire
studierichting) dat zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs.
Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit een deze secundaire
studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.
Opgelet: deze cijfers hebben betrekking op gemiddelden en geven geen oorzakelijk verband weer
tussen de studiekeuze in het secundair onderwijs en het studierendement in het hoger onderwijs.
bron: Ministerie van Onderwijs en Vorming
Gegevens bijgewerkt tot 14-02-2020 |