|
De opleiding bestaat uit: - een brede algemene vorming via de studie van de menswetenschappen; - de studie van de organisatie van het sociaal werk; - de studie van sociaal-agogische processen en training in het toepassen van die processen en van sociale vaardigheden; - practica, stage en een eindwerk. In het 1ste jaar is het programma gemeenschappelijk. Centraal staat een inleiding in diverse menswetenschappen: filosofie, sociologie, psychologie, economie, recht, politieke en sociale geschiedenis. Er gaat ook aandacht naar de organisatie van welzijnswerk, naar contacten met het werkveld en naar de training van de basisvaardigheden van het beroep. Je leert alle aspecten van het sociaal werk kennen. Vanaf het tweede jaar kies je voor een inhoudelijke profilering, door de keuze van een afstudeerrichting. Menswetenschappelijke vakken komen ook nog aan bod in het 2de jaar. De klemtoon ligt op de studie en de training van methodieken (bv. hulpverlening, vormingswerk, opbouwwerk, personeelswerk, sociaal-juridische dienstverlening, groepswerk, onderzoeksmethoden) en op een grondige kennismaking met het beroep, onder andere via een stage. Is het studieprogramma van het 1ste jaar in de diverse hogescholen sterk gelijklopend, dan treden in het 2de jaar grotere verschillen op. Dit heeft vooral te maken met het al dan niet aanbieden van keuzevakken volgens de gekozen afstudeerrichting. In het 3de jaar staat het programma volledig in het teken van de gekozen afstudeerrichting.
Elke hogeschool legt eigen accenten maar globaal gezien omvat het programma: de studie van ontwikkeling in en het beleid ten aanzien van het gekozen werkterrein, beroepsethiek, een verdere uitdieping van methodische vraagstukken, een stage van 4 tot 5 maanden en een eindwerk.
De opleiding leidt tot de beschermde titel van \'maatschappelijk assistent\'.
Afstudeerrichting Kunst- en cultuurbemiddeling: Deze afstudeeerrichting wil de kennis van kunst en cultuur combineren met inzichten en vaardigheden in bemiddeling en begeleiding. Een gedeelte van het programma blijft gemeenschappelijk voor alle richtingen. In het 2de jaar is dat ongeveer een derde, in het 3de jaar nog ongeveer een vierde. Er gaan in totaal 80 studiepunten specifiek naar kunst en cultuur. Bij de start van het 2de jaar krijg je een bad van 6 weken in de kunst- en cultuursector en in de praktijk van het bemiddelingswerk (bv. een promotieactie voor de cultuurcheque voeren in een ander departement om zo geconfronteerd te worden met drempels, smaakpatronen, risico’s en de intensiteit van het bemiddelingswerk). Dan volgt een stage van 9 weken. Na de stage wordt de brede basiswetenschappelijke vorming voortgezet. Tegelijk werk je binnen de afstudeerrichting aan een artistiek referentiekader: je maakt een cultureel portfolio en volgt kunstgeschiedenis. Daarnaast train je begeleiders- en onderzoeksvaardigheden. In het 3de jaar moet je zelfstandiger werken. Zo moet je in groep een volledig project opzetten en uitvoeren, in opdracht van het werkveld. Het programma sluit af met een langdurige stage (4 maanden, 24 studiepunten).
Voor wie? Specifieke voorkennis uit het secundair onderwijs is niet vereist. Je werkt graag met mensen. Je hebt interesse in de mens en zijn sociale omgeving. Je wil er zorg voor dragen dat iedereen volwaardig participeert in onze samenleving. |
|
Sociale werkers verlenen professionele diensten om het persoonlijk, interpersoonlijk en maatschappelijk functioneren van mensen te bevorderen en om belemmeringen die daarbij optreden op te heffen. Ze vervullen een brugfunctie tussen mens en samenleving. Ze bewegen zich in het spanningsveld tussen enerzijds individuen en groepen met hun eigen mogelijkheden, moeilijkheden en verwachtingen, en anderzijds de samenleving die normen stelt, kansen biedt of beperkingen oplegt. Als kunst- en cultuurbemiddelaar zorg je voor participatie, gemeenschapsvorming, publieksvernieuwing en diversiteit in de cultuursector. Je werkt in cultuurcentra, bibliotheken, festivals, sociaal-artistieke projecten, musea, theaters, kunsteducatieve erkingen, erfgoedprojecten, muziekclubs, concertorganisaties.
Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. Klik op een beroep voor meer informatie. |