|
Taal- en letterkunde is de wetenschappelijke en theoretische studie van een groep talen en de letterkunde van die talen, gekaderd in het geheel van de beschavingsgeschiedenis, literaire en filosofische stromingen van die talengroep. Je kiest vanaf het eerste jaar 1 of 2 talen uit het aanbod, dat varieert per universiteit. Er wordt uitgegaan van de volledige gelijkwaardigheid van de bestudeerde ta(len)al en het evenwicht in het programma tussen de pijlers: literatuurwetenschap, taalkunde en taalbeheersing, geschiedenis en cultuur van de taalgebieden. Naast een aantal gemeenschappelijke vakken (bv. wijsbegeerte, algemene taalkunde, cultuurgeschiedenis, literatuurwetenschap) zijn er de meer specifieke vakken per gekozen taal (taalbeheersing en oefeningen, letterkunde, …). In de opleiding leer je de taal beheersen in al haar facetten, gesproken en geschreven en dit zowel in literaire als in zakelijke context. Er wordt voor de moderne talen veel belang gehecht aan vaardigheden als teksten schrijven, correcte uitspraak hanteren, lezen, … Voor de klassieke talen (Latijn, Grieks) wordt vooral leesvaardigheid getraind en minder de praktische taalbeheersing. De talen waaruit kan gekozen worden zijn: Nederlands, Frans, Engels, Duits, Hebreeuws, Latijn, Grieks, Italiaans, Spaans, Zweeds.
Afhankelijk van de universiteit worden keuzetrajecten georganiseerd. Info vind je onderaan de pagina.
Voor wie? Een uitgesproken aanleg voor talen in het algemeen en een goede verbale begaafdheid zijn voorwaarden voor een succesvol studieverloop. Kies je voor Nederlands, Frans en Engels dan wordt verwacht dat je een actieve kennis hebt van de basiswoordenschat en grammatica van deze talen. Voor Duits, Italiaans, Spaans, Latijn, Grieks en Zweeds heb je geen voorkennis nodig. Om Latijn én Grieks te combineren, moet je kennis van ten minste één taal op het niveau laatste jaar secundair onderwijs staan. Voorkennis van beide talen is niet nodig; voor de tweede taal kun je namelijk een inhaaltraject volgen. Als je een klassieke met een moderne taal combineert, is voorkennis van de klassieke taal niet vereist. Je volgt voor de klassieke taal dan het inhaaltraject. |
|
Een taalkundige onderzoekt de taal- en letterkunde. Als onderzoeker is hij gespecialiseerd in een bepaald onderwerp (grammatica, letterkunde, …). Hij kan ook werkzaamheden vervullen op het gebied van communicatie, redactie, documentatie, voorlichting of taaltraining. Veel voorkomende functies zijn communicatiedeskundige, beleids- en marketingmedewerker (voornamelijk in meertalige ondernemingen), voorlichter, redacteur, vertaler (literair of zakelijk), journalist of uitgever. Ook vorming in bedrijven of diensten is een optie. Daarnaast is ook de culturele sector zeker een mogelijkheid. Tot voor enkele jaren kwamen de meeste afgestudeerden in de Taal- en letterkunde als leraar in het onderwijs terecht. Dit blijft uiteraard zeker mogelijk, na het volgen van een lerarenopleiding. Een aantal afgestudeerden vindt een uitweg in het wetenschappelijk onderzoek. Wegens de brede vorming, talenkennis en taalvaardigheid vinden afgestudeerden ook een job in het bedrijfsleven, de overheidssector en internationale instellingen.
Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. Klik op een beroep voor meer informatie. |