|
De opleiding leidt je op tot opvoeder/begeleider klasse 1. De organisatie verschilt per hogeschool: modulair / semestersysteem / thematische modules. In het 1ste jaar krijg je een aanbod uit verschillende menswetenschappen: pedagogie, orthopedagogie, psychologie, sociologie, filosofie. Recht behoort eveneens tot de basisvakken van het 1ste jaar. De inhouden worden over het algemeen op een zeer verscheiden manier aangeboden: via hoorcolleges, workshops, probleem- en ervaringsgerichte werkmodules, inleefdagen, studiedagen, bezoeken aan organisaties en voorzieningen en meeloopstage gedurende een week. In het 2de jaar bedraagt de stage ongeveer 8 weken, in het 3de jaar 14 tot 16 weken.
Voor wie? Er is geen specifieke voorkennis vereist vanuit het secundair. Je bent iemand die graag met mensen werkt, die zich wil inzetten voor de maatschappelijk kwetsbaren. Je bent bereid op te komen voor hun integratie en je wilt ijveren voor tolerantie en inclusie in de samenleving? Sociaal-agogische en communicatieve vaardigheden, luisterbereidheid, medezeggenschap, verantwoordelijkheidszin, samenwerking, creativiteit, zin voor initiatief, teamspirit en visie, stressbestendigheid en invoelingsvermogen zijn heel belangrijke vaardigheden en attitudes.
NB: In 5 hogescholen wordt deze opleiding georganiseerd als een richting waar men van bij aanvang voor kiest. In de Karel de Grote hogeschool is het georganiseerd als een afstudeerrichting. Het einddoel, namelijk een bachelordiploma in de Orthopedagoogie, is hetzelfde in de verschillende hogescholen. |
|
De opleiding Orthopedagogie leidt je op tot een gespecialiseerd opvoeder-begeleider klasse 1. De invulling van de job verschilt naargelang de plaats van tewerkstelling. Algemeen kan men stellen dat een opvoeder werkt met personen van alle leeftijden die omwille van problemen van verschillende aard (verstandelijke, motorische, sensorische handicap, problemen van psychosociale aard) aangewezen zijn op een tijdelijke of blijvende ondersteuning. Het werk valt ook samen met situaties uit het dagelijkse leven: opvoeding, verzorging, animatie. Dit kan plaatsvinden in het thuismilieu, de werksituatie, de school, het vrijetijdsmilieu. De sectoren waarin opvoeders over het algemeen worden tewerkgesteld zijn de bijzondere jeugdbijstand, algemeen welzijnswerk, begeleiding etnische minderheden, geestelijke gezondheid, personen met een handicap, (ped)agogisch werkveld. Hieronder volgt een beschrijving van het beroep in de verschillende tewerkstellingsplaatsen: - Bijzondere jeugdbijstand Beroepsbeschrijving: richt zich tot kinderen, jongeren en gezinnen waar de opvoeding, de ontwikkeling of het welzijn bedreigd zijn. Zowel individuele als groepsbegeleiding behoren tot het takenpakket van de opvoeder. Concreet kan dit betekenen: een veilig en gestructureerd leefklimaat creëren, groepsactiviteiten aanbieden, individuele gesprekken voeren. Uitwegen: begeleidingstehuizen, onthaal-, oriëntatie- en observatiecentra, dagcentra, thuisbegeleidingsdiensten, diensten begeleid zelfstandig wonen, pleegzorgdiensten, gemeenschapsinstellingen. - Algemeen welzijnswerk: Beroepsbeschrijving: de opvoeder staat in voor de begeleiding en werkt aan de verbetering van de cliënt en zijn context. Uitwegen: centra algemeen welzijnswerk (CAW), diensten voor begeleid wonen, jongereninformatiepunten, jongerenadviescentra (JAC). - Begeleiding etnische minderheden: Beroepsbeschrijving: het organiseren van het dagelijkse leven, het individueel begeleiden van asielzoekers, begeleiden van jonge minderjarige asielzoekers. Uitwegen: stedelijke integratiecentra, onthaalcentra voor nieuwkomers, zelforganisaties van allochtonen, open en gesloten asielcentra, OKAN-klassen (= onthaalklassen voor anderstaligen). - Geestelijke gezondheidszorg: Beroepsbeschrijving: de opvoeder werkt als basiswerker in de leefgroep. Samen met het team creëert hij een therapeutisch leefklimaat en is verantwoordelijk voor het activiteitenaanbod. Uitwegen: diensten voor kinder- en jeugdpsychiatrie, psychiatrische verzorgingstehuizen, centra beschut wonen, activiteitencentra, centra voor arbeidszorg, centra voor arbeidstrajectbegeleiding, dagcentra, therapeutische gemeenschappen. - Personen met een handicap: Beroepsbeschrijving: de opvoeder besteedt aandacht aan verzorgingsmomenten, maaltijdsituaties, vergroot de zelfredzaamheid, bevordert de communicatie, organiseert de vrije tijd, wordt ingeschakeld in de dagbesteding of begeleidt in klassituaties. Uitwegen: dagcentra, tehuizen voor (niet-)werkenden, diensten voor kortopvang, (semi-)internaten, vroeg- en thuisbegeleidingsdiensten, vormingsdiensten, jobcentra of vrijetijdsdiensten, beschutte werkplaatsen. - Zorg voor ouderen: Beroepsbeschrijving: organiseren van activiteiten ter invulling van de dagbesteding van senioren, werken als begeleider bij dementerende bejaarden of als animator. Uitwegen: dienstencentrum of dagcentrum, rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen. - (Ped)agogisch werkveld: Beroepsbeschrijving: als studiemeester-opvoeder, internaatopvoeder of animator, begeleider in inclusief onderwijs. Uitwegen: internaten, vormings- en jeugdcentra, jeugdhuizen, kinderboerderijen, scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs, zorg aan zieke kinderen.
Hier een overzicht van mogelijke aansluitende beroepen uit de beroependatabase van onderwijskiezer. Er kunnen steeds nog andere mogelijkheden zijn. Klik op een beroep voor meer informatie. |